Van vogelaars en vurige wolken

Voor dag en dauw uit je bed rollen is voor lieden zoals ik, die gebukt gaan onder een zeker ochtendhumeur, niet zonder ergernissen. 
STIF210113bourgoyen2375

Omdat ik de zonsopgang in het Gentse natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen wilde fotograferen, had ik de wekker ontiegelijk vroeg gezet (nooit een recept voor een vrolijk ontwaken). Ik sleepte het onwillige lijf de trap af en nam even de tijd om het cafeïnegehalte in mijn bloedstroom op peil te brengen. Daarna stapte ik de ijskoude wagen in. 

Ik woonde op slechts enkele kilometers van mijn bestemming, maar in mijn half wakkere toestand slaagde ik er toch in een afslag te missen. Dat pedante Google Maps-dametje strafte me met een omweg van meerdere kilometers. Luid vloekend duwde ik de gaspedaal in. Veel later dan me lief was parkeerde ik de wagen. Het was nog pikdonker, maar aan de einder kroop reeds het eerste licht naar boven. Veel tijd was er niet Ik greep mijn materiaal en haastte me het domein in. Enkele honderden meter verder struikelde ik over een onverwacht grote steen.

Mijn statief en ik werden samen voorwaarts gekatapulteerd. Een pijnlijke valpartij kon worden vermeden, met dank aan mijn rechtervoet die ik stevig in een diepe plas wist te planten. Elk gevoel van trots dat ik aan dit atletisch huzarenstukje had kunnen overhouden, werd gesmoord in zacht gejank toen ijskoud water mijn schoen binnendrong.

Vlaamse natuurgebieden zijn vaak hun eigen verkleinwoord: in oppervlakte jammerlijk beperkt door de nationale  betonhonger

Toen ik weer opkeek stond ik oog in oog met een boom van een vent. Om zijn hals hing een groene joekel van een verrekijker. Verder was hij ook volledig in het groen gekleed. Duidelijk een natuurliefhebber. Ik vroeg me af of hij in het donker wel iets kon zien met die verrekijker. Of droeg zijn soort die dingen louter als statussymbool? (Verrekijkers: de Lacoste-polo’s van de ecologist.)

“Goeiemorgen”, zei ik. “Ik ben blijkbaar niet de enige vroege vogelaar.” Niet dat ik zelf een vogelpieper ben, maar de woordspeling leek me te mooi om te laten liggen. In de daaropvolgende ongemakkelijke stilte staarde de man me verbijsterd aan. Waarna hij omzichtig een grote bocht om me heen maakte en verdween in de duisternis.

Ik ging weer verder. Mijn rechtervoet produceerde bij iedere stap een zompig geluid, wat in dit gebied van vochtige graslanden niet geheel ongepast leek.

Ik nam even de tijd om een paar bomen te fotograferen. Hun silhouet contrasteerde mooi met de koele blauwe tinten van de vroege ochtend. Daarna plaatste ik me in positie voor een grote waterplas en wachtte af. Het wolkendek begon zich steeds verder te sluiten. Ik had gehoopt de volgende minuten in contemplatieve stilte te kunnen doorbrengen, maar achter me, op de nabije R4, klonk het gebrul van dieselmotoren  steeds luider.  Vlaamse natuurgebieden, hoe mooi ook, zijn vaak hun eigen verkleinwoord: in oppervlakte jammerlijk beperkt door de nationale betonhonger. Nou ja, ik moest niet al te sikkeneurig doen. De Bourgoyen-Ossemeersen lagen nu eenmaal aan de rand van de stad.

Daar was de zonsopgang, wat rozig en bleekjes, net zichtbaar in een gat in het wolkendek. Ik moest vaart maken. Die pastelkleuren zouden slechts enkele minuten zichtbaar blijven.  Ik werkte naarstig door, in die toestand van diepe concentratie waarin ik tijdens het fotograferen altijd lijk te belanden.

Ik had gehoopt de volgende minuten in contemplatieve stilte te kunnen doorbrengen, maar achter me, op de nabije R4, klonk het gebrul van dieselmotoren  steeds luider.  Vlaamse natuurgebieden, hoe mooi ook, zijn vaak hun eigen verkleinwoord: in oppervlakte jammerlijk beperkt door de nationale betonhonger. Nou ja, ik moest niet al te sikkeneurig doen. De Bourgoyen-Ossemeersen lagen nu eenmaal aan de rand van de stad.

Daar was de zonsopgang, wat rozig en bleekjes, net zichtbaar in een gat in het wolkendek. Ik moest vaart maken. Die pastelkleuren zouden slechts enkele minuten zichtbaar blijven.  Ik werkte naarstig door, in die toestand van diepe concentratie waarin ik tijdens het fotograferen altijd lijk te belanden.

Het licht begon af te zwakken. Ik besloot dat het stilaan welletjes was geweest. Net dan, als in een laatste stuiptrekking, schoot de hemel in vuur in vlam. Het duurde slechts even. Ik drukte af en probeerde nog snel een nieuwe, verticale compositie. Maar het vuur begon alweer te doven en de wolken sloten koppig de rangen.

Ik fotografeerde nog wat andere dingen, maar het licht bleef plat en inspiratieloos. Ik ruimde op en maakte rechtsomkeer. Op de terugweg kwam ik een andere fotograaf tegen. Hij droeg zijn statief, de poten wijd opengesperd, als een soort hoedje op zijn hoofd.

Vreemde vogelaars, die beeldenmakers.

STIF210113bourgoyen2331
error: Content is protected !!